26 februari 2021
Dagblad van het Noorden
vrijdag 22 januari 2021

Kroegpraat

Jean Pierre Rawie

Vroeger, jongelui, had je in elke bebouwde kom verscheidene zogeheten cafés of koffiehuizen, waar lieden van diverse pluimage soms vele uren bijeen zaten, en waar ondanks de misleidende benaming voornamelijk alcoholhoudende dranken geschonken werden. Ik kwam daar wel eens, en een tijdje zelfs met enige regelmaat. Dat ik de frequentie van mijn visites allang heb afgebouwd, vervult mij in de huidige situatie met voldoening, want anders zou ik de opgelegde ophokking als nog smartelijker ervaren dan ik bereids doe.

 

In de perioden dat ik in Amsterdam woonde was het etablissement Welling één mijner favoriete pleisterplaatsen. Evenals café Wolthoorn in Groningen was het een trefpunt van kunstenaars, geleerden, politici en andere gewoontedrinkers. (Mijn moeder maakte vreemdelingen

in een stad altijd wegwijs aan de hand van juwelierswinkels. Ik heb dat met horecazaken: „Het Concertgebouw?

Ken je Welling? Daar is het vlakbij”)

Achter de bar stond jarenlang een zekere Mattie, die vooral opmerkelijk was dankzij zijn glazen oog. Het verhaal deed de ronde dat hij de gewoonte had dat oog ‘s nachts in een glas water naast zijn bed te bewaren, en dat het eens, toen hij bij kennissen op een matras zijn

roes uitsliep, door de hond des huizes was opgeslobberd, waarna men moest wachten tot het ‘langs natuurlijke weg’ weer tevoorschijn kwam.

 

Zelf was Mattie meer een kattenman. Zijn grote liefde gold Wellings kroegkater Sotos, een uit de kluiten gewassen vadsig en korzelig mormel, dat de uitspanning als zijn territorium beschouwde. Bij mooi weer lag hij op de vensterbank, vanwaar hij nietsvermoedend langswandelende buurthonden in het voorbijgaan geduchte klappen verstrekte. De stamgasten werden geacht zulks met vertedering gade te slaan.

 

Het viel niet immer mee de status van stamgast te verwerven, want het personeel was kieskeurig, en negeerdenieuwkomers af en toe om onnaspeurbare redenen.

 

Als iemand evenwel tot de inner circle was doorgedrongen, werden de habitués al snel een soort familie, met het onmiskenbare voordeel dat ze naderhand, tenzij gewenst, niet met je mee naar huis gingen.

 

Op een gegeven ogenblik besloot men een boekje uit te geven, Weg met Welling genaamd, dat adressen buiten de hoofdstad bevatte waar Wellingklanten zich thuis zouden voelen. Mij werd gevraagd het hoofdstuk over Groningen voor mijn rekening te nemen. Ik beschreef een aantal gelegenheden, waarvan een paar nu alweer ter ziele zijn, en besloot met het advies vanaf het hoofdstation gewoon achter Ernst Bakker aan te lopen (destijds de burgemeester van Hilversum, die alom in den lande de juiste cafés kende).

 

Voorgegaan door de uit het Noorden afkomstige operazanger, schrijver en schilder Jean-Paul Franssens, die zijn trouw aan de toog ten slotte met een dodelijke leveraandoening moest bekopen, zochten omgekeerd ook Groninger kroeglopers Welling graag op. 

Van deze verandering van omgeving ging dikwijls een beschavende werking uit.

 

In de gelagkamer trof ik een vrouw, die in Groningse tapperijen berucht was vanwege haar wangedrag: na twee glaasjes zocht ze overal ruzie en barstte ze in hysterische huilbuien uit. Nu dronk ze echter zonder enige ophef, en ik vroeg hoe dat mogelijk was. „Tja”, sprak ze, „dat kan ik me hier niet permitteren.”

Wat betekent de lockdown
voor uw zaak?

“Als buurtcafé missen wij het contact met de gasten. De persoonlijke ontmoetingen, de een-op-eengesprekken en de toevallige contacten: het is allemaal niet mogelijk. Een café is er niet alleen voor de gezelligheid, maar ook voor gesprekken die helpen bij het doorkomen of afsluiten van de dag. Hoewel we gesloten zijn, ziet het er binnen warm en vertrouwd uit. Dat komt doordat we een hoop etalagepoppen hebben neergezet; zo lijkt het voor voorbijgangers alsof er nog iets leeft binnen.”

Hoe gaat de komende tijd eruitzien?

“Als de musea weer open mogen, zat ik eraan te denken om van café Welling een tijdelijk museum te maken. Bij de geplaatste etalagepoppen zet ik dan café-achtergrondgeluiden aan. Zo ervaar je toch het café, maar dan zonder horecagedeelte. Ook ben ik, na een stop van een aantal weken, sinds januari weer begonnen met de verkoop van afhaalmaaltijden.”

Heeft u nog creatieve inzichten gekregen door de situatie?

“Als café kun je in deze periode niet zo veel. Maar in de zomer heb ik de gasten extra verwend met lekkere kaasjes en worstjes. Ik ben zelf heel tevreden met de poppen die we hebben geplaatst en gekleed in volledige outfits, inclusief hoeden en pruiken. Zo krijgt het café ondanks de sluiting toch nog een ­vrolijke uitstraling.”

Hoe houdt u de moed erin?

“Ik houd in gedachten dat de situatie altijd nóg erger kan zijn. We hebben gelukkig een eigen pand, dus we hoeven niet met een huurbaas te onderhandelen. Andere ondernemingen in de buurt zullen het misschien nog slechter treffen. Ik durf daarom niet te klagen.”

Wat is het eerste wat u gaat doen als
de boel weer wordt versoepeld?

“Ik ga lekker het normale leven weer oppakken, waarbij ik uitkijk naar al het sociale gebeuren. Ik vind het contact met de medewerkers en klanten heel belangrijk, zo krijg je ook weer eens leuke gesprekken met mensen die je niet goed kent.”

CONTACT

Connect

Volg ons op facebook

  • Facebook

ADRES

JW Brouwersstraat 32

1071 LK Amsterdam